‹ Terug naar alle regionale pacten

Een Friese samenwerking is niets nieuws

In Friesland zitten pioniers. Al in 2011, lang voordat het Zorgpact van start ging, werkte het Friese onderwijs- en werkveld intensief met elkaar samen. Dit gebeurde onder de noemer van de Friese Zorg Academie. Recent hebben de overheden zich aangesloten bij het Zorgpact. Waarom? Wat is de meerwaarde ten opzichte van de eerdere samenwerking? Ine Berkelmans is directeur van Venturaplus, een Fries werkgeversverband dat de arbeidsmarktbelangen voor zorg en welzijn behartigt. De organisatie zet zich actief in voor het Zorgpact.

Een Friese samenwerking is niets nieuws

‘Het Zorgpact jaagt de samenwerking tussen de drie O’s aan. In Friesland werkten het onderwijs en de ondernemers in zorg- en welzijn al goed samen. Vooral educatie werd goed afgestemd op de behoeften van zorg- en welzijnsinstellingen. Nu worden ook de Friese gemeenten betrokken bij dit samenwerkingsverband’, start Berkelmans. Volgens de directeur ligt daar de meerwaarde van het Zorgpact. ‘Moeilijk was het niet om de gemeenten te enthousiasmeren voor het Friese Zorgpact’, vervolgt ze.

Ine Berkelmans
Ine Berkelmans

Vanaf 2015 zijn gemeenten namelijk inkopers geworden van zorg en welzijn. Berkelmans: ‘En de arbeidsmarkt moet kunnen voorzien in de ingekochte zorg- en welzijnsdiensten en producten. Gemeenten begrepen dat het daarbij noodzakelijk is om nauw samen te werken met het onderwijs en werkveld. Deze partijen kunnen meehelpen om de kwantiteit en kwaliteit in de arbeidsmarkt te handhaven. Bijvoorbeeld door bijscholing.’

Nu worden ook de Friese gemeenten betrokken bij dit samenwerkingsverband

Inspelen op de markt

Met de overheid binnen de gelederen, ging het Zorgpact Friesland in 2015 van start. Vertegenwoordigers van de lokale drie O’s staken de koppen bij elkaar en formuleerden een gezamenlijke visie op zorg en welzijn. ‘Essentieel, want hierdoor weten de verschillende partijen waar ze aan toe zijn’, vindt de directeur.

Zo is er in Friesland duidelijkheid ontstaan over de invulling die de lokale overheid wil geven aan zorg en welzijn. En dat bevordert de samenwerking, stelt Berkelmans: ‘Het onderwijs kan op deze informatie anticiperen. Bijvoorbeeld door de gevraagde competenties aan te passen in hun onderwijscurriculum. Daarnaast kunnen zorg- en welzijnsorganisaties de diensten aanbieden die de gemeenten voor ogen hebben.’

Binnen het Zorgpact heeft Venturaplus een enigszins onconventionele rol. Dit werkgeversverband heeft geen strategische agenda of strakke planning, maar probeert zo flexibel mogelijk in te spelen op de markt. ‘Regionale ontwikkelingen die gericht zijn op een betere aansluiting van het onderwijs op het werkveld, volgen wij op de voet. Voor deze initiatieven bieden wij een podium. Onze activiteiten bestaan dus vooral uit informeren en inspireren. Hierdoor verbinden we echter ook. Want we brengen onderwijsinstellingen, gemeenten en ondernemingen ook met elkaar in contact.’

Fries Zorgpact is "geland"

Bestaand en regionaal

Venturaplus laat vooral bestaande initiatieven uit de regio zien. Het werkgeversverband ondersteunt bijvoorbeeld een project dat zich richt op keuzedelen in het Fries middelbaar beroepsonderwijs. Berkelmans: ‘Hierin zagen wij strategische kansen. Met het lokale onderwijs en de gemeenten brachten we in kaart welke kennis nodig is in Friesland. Daaruit bleek dat de Friese gemeenten onder meer behoefte hadden aan kennis over dementie. Net als in de rest van Nederland, vormt deze aandoening een toenemend probleem in Friesland. Vervolgens is het onderwijs met deze wetenschap aan de slag gegaan en besloot daarmee rekening te houden bij de invulling van hun keuzedelen.’

Volgens de directeur is het Fries Zorgpact dan ook “geland”. ‘De drie O’s in Fryslân zijn op elkaar afgestemd en weten elkaar daadwerkelijk te vinden. De samenwerking bestond al, maar is nu geoptimaliseerd’, verklaart ze. En daar is Berkelmans blij mee, want ze vindt het een bijzonder initiatief: ‘Wat ik erg mooi vind van het Zorgpact, is dat het een podium biedt aan lokale initiatieven. Niet alleen om ze te bejubelen, maar vooral ook om ervan te leren en de kennis te delen met andere regio’s in Nederland. Dat vind ik echt heel bijzonder.’