Van regeling naar praktijk

Een betere samenwerking tussen de drie O’s moet het onderwijs en de arbeidsmarkt in zorg en welzijn beter op elkaar laten aansluiten. Vanuit de ministeries OCW, VWS en SZW zijn verschillende regelingen en subsidies beschikbaar die hieraan kunnen bijdragen. Diverse samenwerkende partijen in zorg en welzijn maken hiervan gebruik. Zorgpact publiceerde recentelijk een overzicht van deze regelingen en subsidies. Hoe werken deze in de praktijk? En wat is het resultaat?

Van regeling naar praktijk

Anneke Jansen en Jolanda Hogewind hebben de antwoorden. Als respectievelijk locatiemanager bij Stichting Schakelring en directeur van het Amsterdamse Calvijn College hanteren zij enkele van deze regelingen.

pasfoto Jolanda Hogewind
Jolanda Hogewind

Meer en beter opgeleide zorgprofessionals met doorlopende leerlijnen

Een langlopend experiment

Het Amsterdamse Calvijn College (vmbo) van Hogewind benut de regeling “Experiment doorlopende leerlijnen”. Hierbij wordt geëxperimenteerd met leerlijnen om de doorstroom van vmbo naar mbo te verbeteren. Zo is de school aan de slag gegaan met de zogenoemde vakmanschapsroute. Hogewind: ‘Samen met ROC Amsterdam hebben we een integraal opleidingsprogramma gemaakt tussen het vmbo en mbo-niveau2, voor onder meer de richting zorg en welzijn. Deze leerlijn maakt het mogelijk dat leerlingen hun mbo-niveau 2 diploma behalen op onze vmbo-school.’

Voor het Calvijn College is dit traject niets nieuws. De school experimenteerde eerder al met de VM2-leerlijn. Deze voorloper van de vakmanschapsroute verschilde volgens de directeur weinig van haar opvolger. Opvallend is dat het Calvijn College beide leerlijnen beschikbaar stelde aan álle leerlingen. Iets wat veel andere scholen niet doen. Hogewind: ‘Vaak wordt de vakmanschapsroute, en voorheen het VM2, enkel aangeboden aan leerlingen met slechte studieresultaten. Wij hebben ervoor gekozen om het traject aan al onze leerlingen aan te bieden.’

Hogewind stelt dat de doorlopende leerlijnen geschikt zijn om (zorg)onderwijs op maat te bieden. Het verhoogt de kwaliteit van het zorgonderwijs, en motiveert leerlingen hun startkwalificatie te halen en eventueel door te studeren. Meer en beter opgeleide zorgprofessionals dus.

‘Normaal gesproken gaan leerlingen na vier jaar vmbo zorg en welzijn nog twee jaar mbo Helpende zorg en welzijn doen. Dan ben je zes jaar bezig voor je startkwalificatie. In onze vakmanschapsroute kunnen onze leerlingen door het integrale onderwijsprogramma sneller klaar zijn. Binnen vijf jaar of zelfs nog eerder hebben ze hun startkwalificatie op zak. Ook doen ze positieve leerervaringen op. Omdat ze binnen het integrale onderwijsconcept meer onderwijs op maat krijgen, kunnen ze versnellen en ervaren waar ze vooral goed in zijn. Ook worden ze niet meer geconfronteerd met dubbelingen in het vmbo- en het mbo-programma. Ze gaan met meer zelfvertrouwen en een mbo2-diploma naar het roc. Hierdoor stromen deze leerlingen later eventueel gemotiveerd door naar mbo3 en zelfs mbo4’, aldus Hogewind. 

pasfoto anneke janssen
Anneke Jansen
Met de vergaarde kennis weten we binnenkort precies waarvoor we de middelen uit “Waardigheid en Trots” moeten aanwenden. Niet alleen om de wensen van de bewoners te financieren, maar ook om te zorgen voor de juiste professionele bagage van onze medewerkers

Zorg op maat

De Brabantse zorgorganisatie Stichting Schakelring bedient zich van een heel andere regeling. “Waardigheid en Trots” biedt extra middelen voor het creëren van een zinvolle dagbesteding voor bewoners. En daarnaast voor de daarbij behorende deskundigheid van de medewerkers. Locatiemanager Anneke Jansen is verantwoordelijk voor verschillende Schakelring-locaties. Daarnaast is ze onder andere verantwoordelijk voor het centrale dossier “Klant in regie”. Hierbij biedt de regeling mogelijkheden: ‘Schakelring stelt een prettig leven voor haar bewoners centraal, ook al hebben zij te maken met beperkingen. Daarbij is het belangrijk dat bewoners zelf zeggenschap hebben over de manier waarop zij hun dag doorbrengen. Hiervoor zijn de gelden uit “Waardigheid en Trots” meer dan welkom. Zodoende hebben we in mei onze aanvraag ingediend. Begin juli is deze gehonoreerd.’

Schakelring heeft, in samenspraak met haar cliëntenraad, onderzocht hoe de persoonlijke wensen van haar bewoners eruitzien. Wat draagt voor hun bij aan een zinvolle dagbesteding? Jansen: ‘Met de vergaarde kennis weten we binnenkort precies waarvoor we de middelen uit “Waardigheid en Trots” moeten aanwenden. Niet alleen om de wensen van de bewoners te financieren, maar ook om te zorgen voor de juiste professionele bagage van onze medewerkers.’ En niet alleen de medewerkers, stelt Jansen, ook familie en vrijwilligers moeten de bewoners deskundig kunnen begeleiden tijdens dagelijkse activiteiten. Volgens haar vergroot dit bovendien het werkplezier. Wat ten goede komt aan de Schakelring-bewoners. De trainingen zijn dus nodig, maar kosten geld. Gelukkig biedt “Waardigheid en Trots” uitkomst voor de zorgorganisatie.

Wat voor effect de middelen uit de regeling precies hebben, is nog niet bekend. Verwachtingen heeft de locatiemanager wel. Zo denkt ze dat er variatie zal zijn in de bestemming van de gelden. ‘De ene bewoner zal bijvoorbeeld behoefte hebben aan een specifiek avondprogramma, terwijl een andere bewoner kiest voor een op een contact. En daar moeten de vaardigheden van het personeel ook op af worden gestemd’, sluit Jansen af.