‹ Terug naar alle regionale pacten
  • Home
  • Betere positie voor vmbo-ers en mbo-ers in de arbeidsmarkt

Betere positie voor vmbo-ers en mbo-ers in de arbeidsmarkt

Wat betekent de veranderende arbeidsmarkt binnen de zorg voor de vmbo-leerlingen die voor het profiel Zorg en Welzijn kiezen en wat verandert er voor mbo-studenten die opleidingen volgen op niveau 1, 2 en 3 binnen de zorg- en welzijnssector? Welke toekomst staat deze jongeren in de zorg te wachten? Een gesprek met Jaap de Kruijf, Erik Huijzer (adviseur bij Calibris Advies) en Guido Beckers (voorzitter van het Platform VMBO Zorg & Welzijn).

Betere positie voor vmbo-ers en mbo-ers in de arbeidsmarkt

Vooral de toenemende vraag vanuit zorginstellingen naar hoger opgeleide werknemers en het werk zelf dat steeds geavanceerder en technischer wordt, baren De Kruijf zorgen. En Erik Huijzer merkt op: ‘Ik zie vooral een verandering sinds de invoering van de Wet Langdurige Zorg. De nadruk is steeds meer komen te liggen op zelfregie van patiënten en de rol van de sociale omgeving. Daardoor hebben zorginstellingen nauwelijks behoefte aan mbo-ers op niveau 1 en 2.’

Vmbo en mbo op de Landelijke Werkdag

In de flitsclass ‘Vmbo: toppers in het WijkLeerbedrijf’ vertelde Erik Huijzer over het WijkLeerbedrijf Amersfoort Soesterkwartier. Op initiatief van Calibris Advies is in deze Amersfoortse wijk een leerbedrijf ingericht. Hier worden mbo-ers op niveau 1 en 2 opgeleid in Zorg & Welzijn. Ze ondersteunen kwetsbare wijkbewoners die behoefte hebben aan extra zorg en ondersteuning (informele zorg), maar hiervoor niet in aanmerking komen bij thuiszorgorganisaties of de gemeente.

Wijkbewoners geven op hun beurt iets terug, bijvoorbeeld in de vorm van taalles. Bijzonder aan het project is dat naast mbo-ers, ook vmbo-ers welkom zijn. Vmbo-leerlingen kunnen hier hun praktijkstages uitvoeren en waardevolle praktijkervaring opdoen in Zorg & Welzijn.

Maar leid je studenten nu niet op voor beroepen die er binnenkort niet meer zijn? ‘Nee’, zegt Huijzer. ‘Doordat wij mensen actief onder de aandacht brengen bij bedrijven die lager opgeleide mensen nodig hebben, lukt het ons grote groepen studenten naar werk te begeleiden. Daarnaast kunnen wij studenten breder opleiden, dankzij de aangepaste kwalificaties binnen het mbo. Hierdoor kunnen leerlingen naast Zorg & Welzijn ook keuzevakken volgen binnen de horeca en facilitaire dienstverlening. En dat betaalt zich weer uit in een grotere kans op werk.’

leerlingen in een klaslokaal

Ontwikkelingen in het vmbo

Om tot een betere aansluiting van het vmbo op de arbeidsmarkt en het mbo te komen, is ook het Zorg & Welzijnsprofiel binnen het vmbo aangepast. ‘Naast het hoofdprofiel Zorg & Welzijn kunnen leerlingen keuzedelen volgen op andere gebieden, die voorheen zelfstandige opleidingen waren’, vertelt Guido Beckers. ‘Bijvoorbeeld keuzemodules op het gebied van veiligheid of techniek. Goed aan deze vernieuwing is dat je beter regionaal kunt afstemmen, afhankelijk van wat er in de regio aan soort werk nodig is.’ Ook biedt deze constructie vmbo-ers de mogelijkheid hun technische kennis bij te spijkeren. Kennis die zij vervolgens kunnen toepassen in hun werk in de zorgsector.

Naast het vernieuwde Zorg & Welzijnsprofiel, wordt een doorlopende leerlijn binnen het vmbo en het mbo ontwikkeld. Beckers is behalve voorzitter van het Platform VMBO Zorg & Welzijn ook directievoorzitter van twee scholengemeenschappen. ‘Samen met het ROC Gilde Opleidingen doen we mee aan het experiment “Doorlopende leerlijnen”, via de vakmanschapsroute. Vmbo-leerlingen kunnen via deze route alvast beginnen met mbo-modules, waardoor ze een verkorte vervolgopleiding in het mbo kunnen volgen. Daarmee hopen we dat ze sneller doorstromen naar niveau 3 en 4 en hierdoor hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Resultaten van de doorlopende leerlijn zijn in kwantitatieve zin nog niet zichtbaar. Wel merken we dat leerlingen gemotiveerder zijn.’

Maar wat gebeurt er met de vmbo-ers die niet hoger kunnen of willen? ‘Er zijn wel degelijk nog heel veel werkzaamheden in andere sectoren die behoefte hebben aan niveau 2-studenten’, antwoordt Beckers. ‘Vandaar ook de aangepaste kwalificaties binnen het vmbo- en mbo-onderwijs. Maar dit blijft iets waar we met elkaar goed over moeten nadenken.’

docent legt leerling iets uit

Flexibele werknemers

‘Wat vooral belangrijk is, is dat wij leerlingen laten beseffen dat ze met een diploma op zak nog niet uitgeleerd zijn’, vervolgt Beckers. ‘Leerlingen die nu aan een vmbo-opleiding beginnen, komen straks op een arbeidsmarkt waarvan wij nu nog niet weten hoe die eruit gaat zien. Daarom is het belangrijk dat ze flexibel zijn.’ Maar ook samenwerking tussen mbo, hbo en het bedrijfsleven is belangrijk. Beckers: ‘Ik ben het dan ook zeker eens met Doekle Terpstra dat we veel meer naar de regio moeten kijken. Vooral als het om lager opgeleiden gaat. Hoogopgeleiden vliegen uit, naar de Randstad of China, maar de laagopgeleiden blijven in de regio. Kijk dus naar wat je deze studenten regionaal kunt bieden.’